Naam winnaars + titel gedicht
A
Aalst, Sterre van
Aimee, Deborah
B
Bakker, Catrijne - depressief
Beckers, Maarten - Koperrood
Beek, Louwrens ter - Vissen
Boer, Olga
Bollen, Marieke
Bolt, Erwin - Voetballer
Bootsman, Frans - Gisternacht
Borgers, Hester
Bosch, Ilse van den
Breukelen, Koen van - stel je voor ik sterf
C
Castle, Nic
D
Dekker, Jeffrey - De Passievrucht
Derkx, Renske
Douma, Margriet
Droog, Deborah - In een tonnetje
E
Engbersen, Daniël - iets
F
Faduei, Sina - TV
Fiers, Teun
Francken, Denise - Slaap
Franken, Marije
Fredriksz, Roos - morgenlicht
G
Geeroms, Margaux *(finalist)
Geuns, Suzanne van - Jas *(finalist)
Gierveld, Heleen - Bomen
Godfroy, Maartje - concert in E mineur
Groenstege, Minne
Groothuysen, Daniël Groothuysen - soorten mensen *(finalist)
H
Haaksema, Harriët - De winter in allerlei talen
Hartog, Marij - Tabula Rasa
Hazen, Vicky - Onder
Herings, Maren - een gedicht
Heijman, Kim - de stilte
Heuvel, Rinske van den - Oneindig
Hielkema, Rick - (zachtjes kreunt een herinnering)
Hindriks, Esther - Wat gebeurt er?
Hoekstra, Joanne - Dyslexie *(finalist)
Hofman, Hillian - contact
Houwelingen, Caroline van - Scheikunde les
Hovens, Anne - Elastiekjes
Huizinga, Mennart - de Windrichting
I
Ijsselstein Mulder, Sierk - haartjes
J
Jansen, Nienke - Laat mij
Jansen, Maarten - De Briljanterie
Janssen, Fabian
Jeras, Fleur
Jethoe, Ashwin
Jongman, Vincent - Verkeerde plek
K
Kamp, Jelle - Mijn vis
Kempen, Sanne van - Hinkelen over het treinspoor
Klingenberg, Cas - eerste sneeuw, ja eerste sneeuw
Klip, Baldijntje - Achter gordijnen verscholen
Kremer, Hijcke - Kinderwinter
Krol, Andries - Weg! * (finalist)
L
Lamain, Doremiek - Uit de keuken van mijn leven
Langhout, Nanne - de golven van muziek *(finalist)
Liebreks, Stefanie - KOM THUIS IN MIJ
Linden, Iris van der
Lobbezoo, Pieter - Wonderwall *(finalist)
Lubbers, Seymour - gemak
Lukken, Jordy - DE KOFFER
M
Macklon, Joris - wakker worden
Meijden, Karina van der
Mulder, Eva - Lente
N
Napel, Harm Hendrik ten - Vorige
Nauta, Sabine - je was mooi lelijk *(finalist)
Nemmers, Mitch
O
Oomkens, Lucas - Liefde
Otte, Daniëlle - Ik leef in de echte wereld, ook als ik droom
P
Paalman, Iduna - Radio *(finalist)
Pander Maat, Arthur - Sporen *(finalist)
Pijpers, Chava - fiets
Q
R
Raaff, Evelien de - Vampier
Ree, Isabelle - Zomerjurkjes in december
S
Schuijt, Maaike - De bloemetjes binnen zetten
Schuitema, Marleen - sms-poëzie
Sinke, Tijn - onbesuisd
Sinke, Evelien - De lichtste staat van euforie
Slenders, Lonneke - De naakte waarheid
Smit, Koen - Tekstballon
Steen, Jeroen van der
Steneker, Daniël - Vormeloos
T
Tartwijk, Frans van - Helemaal leeg
Tekeli, Ismahan
Tonkelaar, Lotte den - Tegenwind
Top, Eric - Boek
U
V
Velde, Tessa van der - Streetlife
Versteeg, Shirley
Visser, Jephta de - Gebroken borden
Vries, Ronald de - De taal is op
W
Weel, Max - Zonderlink
Weima, Lieke - Tuin van de Taal
Weperen, Valerie van - herrie, stilte, donker en licht
Westenbroek, Elianne - Alzheimers spiegelbeeld
Wieringa, Aniek
Wisse, Eva
Woldhek, Vera - Rondjes zwemmen in bad
X
Y
Z
Zuidema, Kornelieke - Taal
© Stichting Doe Maar Dicht Maar
Het is winter, het waait harder
kranten razen als vliegers door de straten
de blikjes liggen nog, ratelen haast
langs goten en deksels
ik zie vandaag de vaders weer
ze staan naast glijbanen, supermarkten
letten op en dragen lachen, ze
ritsen hun kinderen zeker en teder dicht
de tandwielen van het verlies schuiven
klikkend in elkaar, de kou bijt knisperend
in stenen, wangen en opgetrokken schouders
de verbeten hemel en de hoge huizen kantelen
glashard, kartels schrapen holle waarheid boven
eeltige handen, een blauwe sjaal
ik denk haast niet
daar loopt iemand met jouw jas
© Stichting Doe Maar Dicht Maar
Er zijn drie soorten ongelukkige mensen.
De eerste is de verstotene
die je blik gulzig vasthoudt
met de hunkerende ogen van
een bedelende hond.
De tweede is de dromer
afwezigheid verraden door een vaag hallo
(ik zou graag pinnen)
De constante stroom piepjes van
de scanner - bananen 1 euro 45, Dreft 3 euro 95-
raakt ze niet. In hun hoofd zijn ze immers
al wereldberoemd.
De laatste soort is de gelukkige.
Zijn ongelukkigheid krijgt pas ruimte
in de grenzeloze stilte, nadat
de laatste lach is weggeëbd.
Hij ziet zijn onzekere spiegelbeeld
in de gehate ogen van de anderen.
© Stichting Doe Maar Dicht Maar
Elke dag op weg naar huis verdwaal ik
De straatnamen zijn verborgen of vergeten
Het is hier zo vreemd, de mensen zwaaien
Knikken minzaam en wijzen de weg.
En elke dag kom ik uit aan het water.
Kijk ik naar schepen, auto's die bruggen oversteken
Soms alleen, soms alleen eenzaam zwijgend
Met zo nu en dan een woord naar de man naast me.
Een vuurtje
Iets over het werk
Iets over het weer
Hij gaat.
Ik ook.
© Stichting Doe Maar Dicht Maar
Ik hou van je
zoals van een deken in de zomer
ze spreekt met een toon
die alle mogelijkheden uitsluit
behalve de hare
het enige wat ik met haar
heb kunnen doen
is
haar opmerken
ruiken
en raden naar
hoe zij is samengesteld
een reis waar ik enkel
vuile voeten aan overhou
elke keer
ik mijn liefde deel
vermenigvuldigt mijn verdriet
© Stichting Doe Maar Dicht Maar
Als je je een zakdoek voelt
die al droog is, lang voordat hij
aan de waslijn werd gehangen,
of als je de wind bent
die dus voor niets blaast,
of als je het gevoel hebt
dat je veel te lang
opgesloten hebt gezeten
in een broekzak,
dat je jezelf eindelijk eens
wilt laten zien, maar nee,
het kan niet,
want men heeft je nodig
voor de opvang van veel te veel
kledderproblemen,
luister dan naar de radio.
© Stichting Doe Maar Dicht Maar
Mijn leven is een bord tomatensoep,
Met daarin letter vermicelli.
Maar hoe ik ook schep en roer,
Met de lepel of een oepstengel.
Ik krijg geen woorden en geen zinnen.
Mijn leven is een bord Tomatensoep.
© Stichting Doe Maar Dicht Maar
Je was mooi lelijk
levenloos en levenslustig
zwart en wit
Rond een regelrecht
warm en winterkoud
wezenloos en wezenlijk.
Je was mooi lelijk
maar mooi mooi
en lief lelijk
Maar morgen,
ben je niet alleen
mooi mooi en lief lelijk,
Dan ben je ook nog
leuk lief
en roodromantisch.
© Stichting Doe Maar Dicht Maar
Ik probeer de zee te begrijpen.
Als hij zijn golvende ritmes slaat.
Ik probeer de zee te begrijpen.
Als zijn golven het land aanraken.
Ik probeer het ritme vast te houden.
Als de zee het steeds maar weer herhaalt.
Ik probeer het ritme tot een lied te buigen.
Als de zee het steeds maar weer herhaald.
Ik probeer de zee te bedwingen.
Als ik word bedolven door zijn golven.
Ik probeer naar lucht te happen.
Als het zwart wordt in mijn hoofd.
© Stichting Doe Maar Dicht Maar
Ik weet niet zeker of het zwanen waren
Ze kwamen en gingen snel
Vonden vleugels, vlogen ver
Naar niets, niemand of iets anders
Ik weet niet zeker of het zwanen waren
We hebben ze niet gezien
Maar sporen lieten ze achter
Sporen
© Stichting Doe Maar Dicht Maar
Je rijdt op de snelweg,
je wilt snel weg,
maar de weg is sneller.
De weg gaat steeds sneller weg,
maar je wilt sneller als de weg.
Je neemt een afslag,
maar je motor slaat af.
Je staat met een afgeslagen motor
verslagen op de afslag.
Dan komt de wegenwacht,
daar had je op gewacht.
Hij was er sneller dan verwacht.
Je had gedacht:
dat wordt wachten op de wegenwacht.
De motorkap staat open,
de motor is ermee gekapt en
de wegenwacht is weggesneld.
Je bent verslagen en je motor is
afgeslagen op de afslag.
© Stichting Doe Maar Dicht Maar